
Kamiel's Column
In tijden van ongekende en onvoorspelde ontwikkelingen in de internationale geldmarkten, heeft een species hoogconjunctuur: de zg. experts. Mensen van het IWF, van nationale banken, het OECD, de EU, allemaal voorspellen ze gretig de toekomst van de mondiale economie, en natuurlijk of die weer gaat groeien.
Het Duitse blad Der Spiegel heeft een artikel over de gevolgen voor ontwikkelingslanden waar enige experts geciteerd worden. In China worden dagelijks fabrieken gesloten, hotelboekingen naar derde wereld-landen nemen dramatisch af: de armen moeten boeten voor de puinzooi die de rijke landen ervan hebben gemaakt, zonder daar zelf schuld aan te hebben.
Landen die afhankelijk zijn van de export grondstoffen worden direct hard getroffen wanneer de vraag daarnaar afneemt. Het enige voordeel is, dat ze meer op diversificatie gaan zetten en de afhankelijkheid van investoren uit de eerste wereld verminderen.
Die afhankelijkheid vind ik als linkse rakker pervers. Mensenkinderen die mobieltjes in elkaar zetten om te overleven, daar kan de neo-kolonialist nog zeggen “kijk, ze hebben hun leven aan ons te danken”, hoewel dat twijfelachtig is. Maar als de kapitaalstroom stopt omdat mensenkinderen in rijke landen niet meer elke week een nieuw mobieltje kopen, en de fabriek moet sluiten, de mensen uitgespuwd worden in de straten, wat zegt hij dan? Dat het de macht van het kapitaal is, en dat hem geen schuld treft? O, ik kan hier echt agressief van worden.
Maar ik wilde schrijven over de gevolgen voor het milieu. Oxfam-experts voorspellen dat de VN-ontwikkelingsdoelstellingen niet meer worden gehaald voor 2011. Derde wereld-landen zullen noodgedwongen milieutechnisch minder fraaie oplossingen kiezen, d.w.z. roofbouw op hun natuur plegen, wouden kappen, veengebieden draineren, en alle zonden die we hier bij GC beschrijven. En voor projectontwikkelaars die wel het beste met de planeet voorhebben is het veel moeilijker om een fatsoenlijk krediet te krijgen.
Ik hoop, dat het web van afhankelijkheden, dat zichtbaarder is geworden door de recente crisis, op strategische plekken ontrafeld wordt. Zodat uiteindelijk een economie min of meer gebonden is aan één ecosysteem, en dus ecologische problemen direct ook economische problemen zijn. Pas dan zal economische rationaliteit ook ecologisch verantwoord zijn.
De actuele beurscrisis lijkt veel visueler dan Global Warming, vanwege de vele treurige gezichten en naar beneden gaande koerslijnen. De gesprekken over het spook van de recessie zijn op gang gekomen, IMF-president Dominique Strauss-Kahn waarschuwt, iedere serieuze politicus houdt zijn zorgelijke toespraak, en de krantenfoto’s van beurshandelaren met de handen in het haar doen de rest.
De EU heeft een rapport gepubliceerd dat voorrekent dat de kosten van Global Warming veel groter zijn dan die van de actuele economische crisis. Maar Global Warming schijnt – ondanks de media-aandacht de afgelopen jaren – nog steeds niet zo zichtbaar of voelbaar te zijn als de beurscrisis.
Daarom verwijzen we naar een fotoserie van Gary Braasch, die sinds 1998 de gevolgen van de globale opwarming op de gevoelige plaat vastlegt: Fotoserie bij CNN
De kranten berichten van een Shell-installatie aan de Niger-delta die is verwoest door activisten van MEND (Movement for Emancipationn of the Niger Delta). Het gaat om de installatie in Oriburi en het is de derde overval in 48 uur tijd. De olie-productie is naar schatting 25% teruggegaan.
Wat steekt erachter? De MEND, die in 2006 met aanslagen in het nieuws kwam, wil de oliewinning in de Nigerdelta controleren en de schending van de mensenrechten tegengaan. Shell heeft een eigen leger, dat de olieplatformen moet verdedigen tegen de guerillastrijders. Eigenlijk moet men die gelijk geven, en eigenlijk is het ook walgelijk, dat een meedogenloze multinational de bodemschatten van een volk jat, dat in armoede moet leven, om er zelf stinkend rijk van te worden. En wanneer de rood-gele schep dan in het nieuws komt, dan zorgen ze er wel voor dat de ‘corporate identity’ vooruitstrevend is en in alternatieve energiebronnen investeert. Maar net als bij Texaco, Enron en BP zijn dat praatjes.
Laten we er in ieder geval over nadenken. De bevrijingsguerilla’s in Nigeria zetten geweld in, maar dat betekent niet dat ze ongelijk hebben. Hooguit dat ze veel te zwak zijn tegenover de giganten van het zwarte goud.
Artikel Volkskrant
Het engelstalige Wikipedia-artikel heeft een chronologie van de activiteiten van MEND.
Misschien apen we gewoon Carl Pope, voorzitter van de milieuorganisatie Sierra Club na, die het volgende zei:
bq.
“We believe Senator Obama is the change our nation needs — he is the leader who will put America on the path to a clean energy economy that will create and keep millions of jobs, spur innovation and opportunity, make us a more secure nation, and help us solve global warming.”
meer
The Green Challenge denkt ook dat Obama de beste kandidaat is, ondanks recente gevallen van onoprechtheid (privé campagne sponsorgelden, NAFTA, doodstraf voor kinderverkrachters). Ons gaat het om een fikse straf voor planeetverkrachters, mag sponsoren en handelen wie er wil, zolang de prioriteit maar op de planeet ligt. We stellen wel onze vraagtekens bij Obama’s sterke biofuel-vooroordeel, dat door lobbyisten lijkt te zijn ingefluisterd. Maar we vertrouwen erop dat in zijn andere oor (dat groot genoeg is) een stem fluistert die meer verstand van zaken heeft – die van Al Gore.
We leven mee met de naar schatting 22.000 doden van de ramp in Burma (Myanmar). Een verschrikkelijke cycloon heeft huisgehouden en het hele land in chaos gestort. VN-vertegenwoordiger Richard Horsey schat dat een miljoen mensen dakloos zijn geworden; 5000 vierkante kilometer (meer dan 20 keer Amsterdam) staan onder water.
We willen een schuldige aanwijzen. Er zijn meerdere kandidaten mogelijk.
1) De cycloon “Nargis” heeft onbeschrijflijke schade aangericht, mensen van hun woning beroofd. Bovendien heeft hij een NAAM, dus het is eenvoudiger hem als schuldige aan te wijzen;
2) De junta in Burma, die het buitenlandse hulp moeilijk maken te doen waar ze voor zijn gekomen; ze worden niet toegelaten in de Irrawady-delta; helpers wachten in Bangkok op een visum. Schandalig. Tijd voor een revolutie.
3) Het onverantwoordelijke kapitalisme, dat de mangrove-wouden heeft gekapt, waardoor de ramp veel zwaarder is uitgevallen. Mangrovebossen hebben tijdens de tsunami met kerstmis 2005 mensenlevens gered.
Zie dit artikel van Nidhi Sharma.
“The destruction of mangrove forests coupled with powerful storm surge and low-lying land is believed to have alllowed Cyclone Nargis to sweep into the southwest coast of Burma, one of the poorest nations on earth, killing at least 22,500 people, with another 41,000 missing.”
“Mangroves are trees and shrubs that grow in saline coastal habitats in the tropics and subtropics and have been long considered as “bio-guards” for coastal settlements.”
In de laatste twee decennia zijn 35% van de mangrovebossen verdwenen om plaats te maken voor landbouw. De Irrawaddy-rivier is zo verzild, dat steeds meer naar nieuwe kustgebieden moet worden uitgeweken.
The Green Challenge wil de aandacht op 3) vestigen en hoopt dat de grote media dit ook doen. Wij hebben het in ieder geval in het Wikipedia-artikel over Burma vermeld.
Enkele dagen geleden hebben 400 wetenschappers voor de Wereldbank en de wereldhongerorganisatio FAO een rapport gepubliceerd met schrikbarende cijfers. We moeten het in de 21e eeuw ter kennis nemen: onze planeet kan haar bewoners niet meer voeden . Misoogsten, hongersnoden zijn nog steeds aan de orde van de dag.
De hongerkaart van FAO geeft een overzicht over de wereldwijde situatie.
De oorzaak? Lijkt ons vrij eenduidig: genetisch gemanipuleerd zaaigoed, dat goed werkt op sappige eindeloze Amerika akkers, gedijt niet in Afrika. De boeren daar worden afhankelijk gemaakt; de eigen zaaigoed-lijnen, die in eeuwenlange respectvolle bebouwing van het land zijn ontstaan, gaan verloren. De monoculturen hebben chemikaliën en kunstmest nodig.
Het is dus onduidelijk, of gentechnologie “op andere agrarische ecosystemen overdraagbaar is”, schrijft het rapport. De grote meerheid van de wetenschappers deelden dit standpunt, en dus riepen agrotech-bedrijven als Monsanto en Bayer hun wetenschappers terug. En de VS, Canada, en Australïe weigeren hun handtekening.
Daarenboven wordt steeds meer landbouw-oppervlak voor biodiesel en veevoeders gebruikt. Het is een alarmerende situatie, want wanneer derde wereld landen alleen in hun voedselbehoefte kunnen voorzien door hun laatste wouden kaal te kappen- wie kan hen dat dan verbieden?
In ieder geval moet de politiek gehoor aan dit rapport geven, en de lobby (zie hier de propaganda van Monsanto.
Protesteer tegen deze rijke Aggressieve Agrariërs, deze Boosaardige Boerenpummels!
Tijdens een campagne in Pennsylvania in een windturbine-fabriek sprak Obama nog eens over zijn plannen. Natuurlijk wil hij windenergie fors uitbreiden, net als zonne-energie en biodiesel. Wanneer hij NAFTA bekritiseerd, noemt hij steeds in één adem de labor- en environmental standards. Vooral zijn ongebroken polemiek tegen de ‘special interests’ in Washington (“Washington is a place where good ideas go to die”) maakt hem geloofwaardig als een politicus die voor verandering staat.
Ik geloof dat Obama de groenste kandidaat is. Momenteel zit hij stevig in het zadel met meer dan 1600 afgevaardigden aan zijn kant (een voorsprong van ongeveer 150 op Clinton), en de kans is reëel dat hij het tegen McCain gaat opnemen – die overigens ook een verademing is wat het milieu betreft, in vergelijking met Bush.
Wanneer Obama dus de voorrondes wint, staat vast dat Amerika vanaf 2009 zoiets als een milieupolitiek gaat krijgen. Of die zo overtuigend is dat ook China, India, Brazilië (“Chinbra”) navolgen, hangt van andere factoren af. Een Obama in het witte huis lijkt me de beste optie.
Op Trouw: groen vind je interessant nieuws en opiniepeilingen over groen leven in de polder.
CaliforniaSchwarzenegger ondersteunt John McCain in zijn race om de republikeinse kandidatuur, net als Giuliani die een paar dagen geleden opgaf. McCain heeft daarmee prima kansen en moet alleen nog Mitt Romney overtroeven. Komende dinsdag weten we meer.
Ondertussen zijn Obama en Clinton aardiger tegen elkaar geworden; ze lachten samen in het debat gisteravond, benadrukten de overeenkomsten en konden zich zelfs voorstellen, elkaars running mate te zijn.
Schwarzenegger is via zijn vrouw Maria Shriver, een Kennedy, verbonden met de (groene) Kennedy’s en die ondersteunen Obama. Zal hij zijn mond voorbij praten of braaf in zijn republikeinse kamp blijven?
In hun laatste tv-debat hebben Obama en Mrs. Clinton elkaar typisch Amerikaans onfatsoenlijk aangevallen. Zie het artikel op CNN met video’s. Obama zei dat Hillary bij Walmart werkte (in de jaren ’90) terwijl hij indertijd voor de armen vocht. Clinton zei daarop iets over ‘slum landlords in Chicago’ en bedoelde een project waar Barack als jurist ooit een paar uur bij betrokken was. En zo gingen de kinderachtigheden door; John Edwards kwam niet veel verder dan “er zijn toch drie kandidaten in dit debat?”
Zaterdag is de ‘primary’ in South Carolina (Edward’s staat). Het is belangrijk wie vóór ligt wanneer op 5 februari de meeste staten beslissen. The Green Challenge vindt het vooral belangrijk dat een groene kandidaat zich kan doorzetten (natuurlijk hadden we eigenlijk Al Gore gezien en we vinden het een slecht teken dat hij deze weken niet meer zo present is als vroeger).
Bij het artikel op CNN hebben we daarom het volgende commentaar achtergelaten:
What I miss in the debates between these three candidates is the Green Issue. Is Green/Global Warming too delicate a subject to be in the foreground? And when Mr. Clinton seems to be omnipresent behind the scene, where is his vice-president Al Gore?

Caspar's Column
Kuala Lumpur - Maleisië is samen met Indonesië de grootste producent van palmolie. Tientallen miljoenen hectaren voormalig regenwoud zijn daartoe omgevormd tot oliepalmplantage. Steeds meer van die plantages verrijzen op plaatsen waar de laatst resterende tropische veenbossen op aarde ervoor moeten wijken, ook al zijn de vaak diepe veengronden erg ongeschikt voor deze teelt. Ze vereisen diepe drainagekanalen en grote hoeveelheden kunstmest. Een recent rapport van Delft Hydraulics heeft bovendien stof doen opwaaien met de mededeling dat deze veenontginningen enorme hoeveelheden van het broeikasgas CO2 uitstoten, enerzijds door veenbranden die makkelijk ontstaan in het verdroogde veen en anderzijds doordat het ontwaterde veen oxideert. Een publicatie in Science schatte zelfs dat, mocht de palmolie tot biodiesel verwerkt worden, het meer dan 420 jaar duurt voordat dit CO2 verlies is gecompenseerd. De cijfers zijn verontrustend, maar Maleisië houdt zich afzijdig. “het is vooral een probleem van Indonesië”, wijzend op een publicatie van de ambitieuze Maleise wetenschapster Lulie Melling, waarin ze metingen laat zien van verhoogde CO2 uitstoot uit een bosbodem in vergelijking met de bodem onder een oliepalmplantage. Deze tegenstrijdige berichten waren voor onze minister Cramer en minister Chin van Plantation Industries and Commodities in Maleisië de aanleiding om een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de kwestie. Dat is inmiddels afgerond met een Alterra-rapportage, waarvan ik de hoofdauteur ben. Onze conclusie is dat geen van de publicaties onjuist zijn, maar dat de conclusies verkeerd zijn geïnterpreteerd. Bovendien is ons begrip van de koolstofbalans in verschillende ecosystemen of veen nog heel beperkt.
Onlangs bevond ik mij in Kuala Lumpur als onderdeel van de Nederlandse afvaardiging tussen de top van de oliepalm industrie en een aantal hooggeplaatste ambtenaren, om ons rapport te presenteren. De bijeenkomst was indrukwekkend enerzijds, maar ik vond haar tegelijkertijd verontrustend. Er is een Joint Committee on Carbon Emissions (JCCE) opgericht bestaande uit Nederlanders en Maleisiërs, dat onderzoek moet gaan doen naar de onduidelijkheden. Onderzoeksresultaten moeten eerst aan dit comité worden voorgelegd voordat ze gepubliceerd kunnen worden. Het comité eigent zich het recht toe om de resultaten te weigeren voor publicatie onder naam van het JCCE. Ik heb de indruk dat er sprake is van belangenverstrengeling, ook omdat Maleisische onderzoekers vaak in dienst zijn van de regering of de industrie…en daarmee zijn ze niet onafhankelijk.
Ik denk dat het JCCE een ultieme zet is van Maleisië om de indruk te wekken van milieuvriendelijk en duurzaam ondernemende natie, terwijl de palmolie industrie onverminderd kan doorgaan met de gangbare, milieuvernietigende oliepalmteelt…“er is immers eerst meer onderzoek nodig voordat we veranderingen in de praktijk gaan brengen.” Nee. Wie het volgens mij feitelijk voor het zeggen heeft in Maleisië is de kapitaalkrachtige palmolie industrie zelf.
Europa heeft haar ambitieuze antwoord op de klimaatdiscussie uitgesproken. Het plan dat Barosso presenteerde wordt echter bepaald niet door iedereen met open armen ontvangen. Nog voordat de hoge woorden gesproken waren rollebolden de lidstaten ruziënd over het plaveisel. Zweden haalt al 43% van haar energie uit duurzame bronnen en hoeft dus minder actie te ondernemen, zo is de redenering. Ook Frankrijk zoekt naar excuses om de scherpe doelstellingen van de Unie te omzijlen. Zij zeggen het merendeel van hun energie met kerncentrales op te wekken waardoor hun CO2 uitstoot meevalt. En dan zijn er nog de landen, zoals Nederland, die vinden dat alle lidstaten gewoon moeten doen wat ze door de Unie wordt opgelegd. Ik ben heel benieuwd waar dat naartoe gaat want een ding is wel duidelijk: de meeste landen zijn nog steeds als de dood dat Hun Economie wordt benadeeld omdat er door de klimaatplannen een oneerlijke markt zou ontstaan. Een houding die sterk doet denken aan die van de VS op alle voorgaande klimaatconferenties… Zijn de EU lidstaten al echt rijp voor deze noodzakelijke klimaatpolitiek of blijft het vasthoudende geloof in De Economie de discussie overschaduwen?
Onlangs ontving ik een email van de voorzitster Vereniging voor Tropische Bossen in Nederland (VTB) met de titel “Goed Nieuws”. De email berichtte over de dreigende teloorgang van de markt voor biodiesel. Een kleine samenvattende passage:
“(…)De markt voor biobrandstoffen staat op instorten. De grondstofprijzen zijn bijna verdubbeld, waardoor de productie van bio-ethanol en biodiesel niet meer kan concurreren met die van fossiele brandstoffen. Dat stelt Hein Aberson van het bedrijf SolarOil Systems uit het Friese Boyl, tevens voorzitter van de Europese organisatie voor pure plantaardige olie.”
Een markt voor biobrandstof die niet kan concurreren met die voor fossiele brandstoffen. Gezien eerdere berichten op green-challenge.org over het omstreden gebruik van biodiesel zouden we blij moeten zijn met dit nieuws. Echter, daarmee is de kous nog niet af. Volgens mij is de markt voor biodiesel niet aan het instorten maar is deze juist booming doordat de VS en verscheidene (andere) derdewereldlanden zeer goedkoop biobrandstof kunnen leveren. Het is de Europese productie van biobrandstof die hier niet tegenop kan. De enorme kosten die in Europa gepaard gaan met de productie van biodiesel maakt dat het goedkoper is om een Braziliaans regenwoud te kappen voor de aanleg van biodieselgewassen dan een Duits weiland om te toveren tot biodiesel-akker. De dreiging van verdwijnende oerbossen en landbouwgronden voor voedselproductie is dus nog lang niet de rug toegekeerd… Het bedrijf Solar Oil Systems – dat de creatieve afkorting SOS draagt – heeft zich juist toegelegd op de Europese productie en toepassing van biobrandstoffen en zal dus niet zo verheugd zijn met deze ontwikkeling. Wat vindt U?
Om mee te gaan in de mediahype omtrent de Amerikaanse verkiezingen is er nu zelfs in Nederland een kieskompas beschikbaar. Doet mee en laat u ontvoeren door de kitscherige, maar evenzo indrukwekkende verkiezingsstrijd aan de andere kant van de oceaan en ontdek hoe groen de kandidaten eigenlijk zijn.
Een boompje planten heeft iets sympatieks. Het is niet alleen een praktische daad maar ook een symbolische. Een jonge boom staat voor ontluisterend leven, een avontuurlijk nieuw begin. Een oplossing wellicht voor bestaande problemen. En dat besef lijkt zo ook te zijn doorgedrongen tot in de hoogste politieke kringen. Het nieuwe IPCC klimaatrapport stelt dat vervuildende landen hun CO2 uitstoot kunnen compenseren door de aanplant van bossen, de zogenaamde ‘CO2 reductie bossen’. Die beleidslijn is reeds door veel landen ingezet en ik vernam onlangs dat Costa Rica in 2007 al vijf miljoen bomen heeft geplant, Uganda besloten heeft de komende vier jaar 253 miljoen US dollar te besteden aan bosaanplant en dat Indonesië de verwachte 50.000 ton aan CO2 uitstoot van de klimaattop op Bali volledig gaat compenseren door de aanplant van bomen. Maar wacht, het wordt nog veel gekker. Bomen planten is echt populair. Aangewakkerd door milieuactivist en Nobelprijs winnaar Wangari Maathai heeft de boomplantmanie er inmiddels toe geleid dat de UN in 2007 al meer dan een miljard nieuw geplante bomen heeft geregistreerd. De nummer één in herbebossing is Ethiopië, dat dit jaar 700 miljoen bomen plantte, gevolgd door Mexico met 217 miljoen bomen, Turkije 150 miljoen, Kenya 100 miljoen, Cuba 96,5 miljoen, Rwanda 50 miljoen, Zuid Korea 43 miljoen, Tunesië 21 miljoen, Marokko 20 miljoen, Birma 20 miljoen en Brazilië 16 miljoen…. (cijfers afkomstig van UNEP). Ik vind dit soort getallen fantastisch, ook al heb ik nog de nodige bedenkingen bij de plantage hype. Het begint erop te lijken dat de technologische revolutie die ons in staat stelde om de aarde te verzieken ons ook in staat stelt om de aarde te genezen. Dus…waar wachten we nog op.
Onlangs las ik dat het houden van bedreigde diersoorten een geweldige business aan het worden is. Reuters News kwam naar buiten met bevindingen uit een nieuwe publicatie Enforcing Wildlife Protection in China” van Peter J. Li waarin wordt beschreven hoe het fokken van dieren als beren, krokodillen en tijgers de illegale handel in deze soorten juist bevordert. En dat terwijl de fokkerijen zich ten doel stellen om bedreigde diersoorten voor uitsterven te behoeden. Het artikel focust op China waar deze ‘wildboerderijen’ uitgegroeid zijn tot de grootste ter wereld. In 1998 schijnen er al zo een 100.000 mensen in de sektor werkzaam te zijn geweest. Het is dan ook jammer dat China nog steeds geen dierenwelzijnswet heeft… Critici menen dat gedomesticeerde dieren niet meer kunnen worden uitgezet in het wild en dat deze wildboerderijen daarom helemaal geen beschermende functie hebben. Bovendien blijkt dat in een gelegaliseerde markt illegale stropers gemakkelijk hun waar kwijt kunnen. Ironisch genoeg dragen de boerderijen dus bij aan illegale jacht. Niet alleen in China speelt het probleem. Ik las laatst dat arme Afrikaanse landen wel wat zien in krokodillenboerderijen – Steve zou genoten hebben.
De export van krokodillenproducten (krokodillenvlees blijkt een gewilde toeristenhap) brengt immers behoorlijk wat duiten in het zakje. Vast en zeker helpen wildboerderijen behoorlijke wat mensen uit het financiële slop. Wie weet is er zelfs toekomst voor de krokodillenlegbatterij.
>>Belangrijk: springt u niet van de flat na het lezen van dit bericht!
Onder het mom van schone energie bouwt China in recordtempo stuwdammen met waterkrachtcentrales, die doorgaans een ecologische ramp betekenen voor gehele stroomgebieden en hun inwoners. Grote oppervlakten vruchtbare landbouwgrond zijn er door verloren en hele steden en cultuurschatten zijn onder water verdwenen.
De realisatie van de Drie Kloven Dam blijkt nu zelfs zo een groot gevaar op te leveren voor de veiligheid van bewoners van het stroomgebied dat de Chinese regering heeft besloten om de komende 10 tot 15 jaar 4 miljoen inwoners van het gebied evacueren. Ter vergelijking: dat is evenveel als de totale bevolking van Ierland. En dat terwijl er al 1.2 miljoen mensen verkast zijn. China laat trouwens op andere vlakken ook van zich horen. China is de grootste importeur van palmolie uit Indonesi? en Maleisi?. Chinese houtbedrijven kappen, gevoed door de groeiende vraag naar hout, vlees, palmolie en soja gulzig mee in de laatste resterende tropische oerwouden van de Congo en de Amazone. China opent nog wekelijks een nieuwe kolengestookte energiecentrale?Zestien van de twintig meest vervuilde steden liggen in China.
Het is een dwaze uitdaging waarvoor het land staat. De komende jaren moeten er op het Chinese platteland 200.000.000 huizen gebouwd worden. Doen ze dat met bakstenen dan gaat daarmee een kwart van de vruchtbare landbouwgronden verloren en kost dat de helft van de kolenvoorraden. Logisch dus dat het land nu zijn zinnen zet op wat het Afrikaanse continent te bieden heeft. Maar ja, als Chinese ondernemingen zich weinig aantrekken van internationale milieuwetgeving dan wordt Afrika net zo snel verpest als de Chinezen hun eigen land verpest hebben, en dan is er van een vruchtbare toekomst weinig sprake. Ik vraag me sterk af waarmee al die Chinese ?n Afrikaanse monden d?n gevoed moeten worden…Chinees halen is er namelijk niet meer bij. Er valt immers weinig lekkers te verbouwen in een uitgeput, ge?rodeerd en vervuild land.
Ook al wordt er nog steeds wekelijks een nieuwe kolencentrale geopend, worden er nieuwe olie- en gasbronnen aangeboord en heeft Wit Rusland onlangs besloten tot de bouw van een nieuwe kerncentrale, de alarmbel die geluid is door het IPCC heeft wel geleid tot tal van inventieve energieprojecten en politieke initiatieven voor het gebruik van milieuvriendelijker energiebronnen. Ondanks dat hun reputatie anders doet vermoeden zijn de meest vooruitstrevende projecten op het gebied van duurzame energie te vinden in de Verenigde Staten.
Zo is er de bouw van de grootste zonne-energiecentrale in Nevada (15-megawatt, 70.000 zonnepanelen), gelegen nabij het energieslurpende gokparadijs Las Vegas. Ook in Colorado is begonnen met de bouw van een 8.22-megawatt zonnecentrale. En zelfs de fel becritiseerde warenhuisketen Wal-Mart wil zonnepanelen op de daken installeren. Dat lijkt de goede kant op te gaan, maar kijk uit. Kiezen we inderdaad voor groen, of vormen de groots aangekondigde projecten slechts een dekmantel om de fossiele energiemarkt te kunnen voortzetten. Is het slechts de economische stimulans van dreigende schaarste en een slechte reputatie die grote bedrijven aanzet tot investeringen in hernieuwbare bronnen? Het ziet er namelijk naar uit de fossiele bronnen die we hebben sowieso zullen worden opgebruikt. De vraag is voor energieleveranciers hoelang we er nog mee kunnen doen en dus hoeveel tijd ze hebben om volledig om te schakelen op duurzame energiebronnen. Nee, het wordt tijd dat een grondig milieubewustzijn zich als kernwaarde diep wortelt in de menselijke beschaving. Alleen dan zullen we in staat zijn de wereld op een verantwoorde manier te delen met andere soorten.
En nog steeds stroomt er gas door de leidingen. Nog wel, maar we zijn gewaarschuwd. Een poosje terug draaide Rusland onder groots machtsvertoon, dat deed denken aan de geest van de nog immer voortlevende macht der communistische staatsleiders, de gaskraan naar de Oekra?ne dicht. Die actie deed Europa tot het pijnlijk besef komen dat Rusland zijn fiere machtspositie over Oost Europa aan het herwinnen is. Terwijl Europese landen onderling overhoop liggen over de aanleg van de Nabucco-gaspijpleiding die vanuit gebieden rond de Kaspische Zee gas naar Europa moet gaan pompen, ziet Rusland zijn kans schoon voor de realisatie van hun concurrerende project: de Blue Stream gaspijpleiding die Russisch gas deels volgens hetzelfde traject naar Europa moet gaan pompen?Gas te over zou je zo denken, maar is het niet op zijn minst een tikkeltje vreemd dat politieke wereldleiders ruzi?n over maatregelen die klimaatverandering de kop moeten indrukken en onderwijl de handel in fossiele brandstoffen een toenemende machtsbasis vormt voor grote naties? Echte innovatie is er pas wanneer alternatieve, schone energiebronnen deze machtsbasis gaan overnemen en de vraag naar fossiele brandstoffen op de wereldmarkt daalt. Hoe komt het toch dat die gedachte keer op keer naar het land der fabelen wordt verwezen? Zo gek is het toch niet om enkele decennia vooruit te kijken en tot de conclusie te komen dat ons huidige consumptiepatroon onze eigen bestaansbronnen vernietigt. Bovendien valt er aan schone energie veel te verdienen. Het is wel duidelijk dat het ?fossiele denken? diep geworteld is in onze kapitalistische wereld. En daarvan plukt Rusland nu de vuile vruchten?
Ik werp mijn gelezen krant al jaren bij het oud papier in de veronderstelling dat er opnieuw een papieren product van gemaakt wordt. Maar wie had gedacht dat het gerecyclede papier waarop kranten gedrukt zijn te giftig is om verder verwerkt te worden? Architect William McDonough en chemicus michael Braungart beschrijven in hun boek Cradle to Cradle dat de oplossing van de milieuproblemen die de wereld teisteren niet ligt in het verminderen, hergebruiken en recyclen van producten (zoals de meest ambitieuze milieupolitici vandaag de dag roepen). Volgens de auteurs is deze insteek geen oplossing maar biedt slechts uitstel van executie- uitputting en vernietiging van natuurlijke hulpbronnen. Het recyclen van producten blijkt, in tegenstelling tot wat menigeen graag gelooft, vaak zelfs helemaal niet goed voor het milieu. Nee. Volgens McDonough en Braungart kan alleen een revolutionaire verschuiving in ons industri?le denken het tij nog keren. Waarom zouden we niet afstappen van dit “Cradle to Grave” principe en van het idee dat industrie nu eenmaal schadelijk is voor moeder aarde. “Afval is voedsel”, dat moet het leidende principe zijn in het duurzaamheidsstreven, want zo gaat dat in de natuur ook. We moeten producten zo ontwerpen dat, wanneer ze zijn afgeschreven, de basis vormen voor een nieuw product, dat kwalitatief niet onder doet voor het vorige. En dat kan ook nog. Zo heeft textielfabrikant Rhone in Zwitserland volledig biologisch afbreekbare stoelbekleding gemaakt volgens het C2C principe. Het afvalwater schijnt er nu schoner de fabriek uit te komen dan het erin gaat en alle kleurstoffen zijn volledig milieu onschadelijk.
Als onze vergevorderde westerse samenleving in staat is haar afval tot voedsel te maken zijn we al een heel eind in de goede richting opgeschoven. Echter, daarvoor is wel z? een radicale ommezwaai vereist dat het maar de vraag is of in de nabije toekomst massaal gehoor gegeven gaat worden aan de C2C filosofie.
Het boek Cradle to Cradle is gemaakt van biologisch afbreekbaar plastic en de inkt is in een simpel proces volledig terug te winnen. Het is een absolute leestip voor alle milieubewuste zielen onder ons.
Bekijk de documentaire via Tegenlicht